Overdenking voor zondag 29 maart
 

Wat buigt u zich neer, mijn ziel, en wat bent u onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem weer loven; Hij is de volkomen verlossing van mijn aangezicht en mijn God. (Psalm 42vers 11)

Het leven en de omstandigheden

Dietrich Bonhoeffer was een jonge Duitse theoloog die tijdens de tweede wereldoorlog zich actief verzette tegen de nazi’s en hun leer. Dat moest hij bekopen met zijn vrijheid. Vanaf april 1943 zat hij gevangen tot hij 2 jaar later ter dood werd gebracht. Tijdens zijn gevangenschap getuigde hij in zijn brieven, gebeden en gedichten van Gods trouw en genade.  In eenzame gevangenschap, zonder kerkdiensten, zonder onderlinge gemeenschap met andere gelovigen,  vraagt Bonhoeffer zich af wie Jezus echt is en wat de navolging van Hem werkelijk betekent. In die worsteling leest hij psalm 42 en concludeert: “Het belangrijkste is om maximaal gebruik te maken van onze bezittingen en capaciteiten (er zijn er nog genoeg over) om de grenzen van de situatie te accepteren, waarmee ik bedoel dat ik geen plaats maak voor gevoelens van wrok, angst of ontevredenheid

Ons leven is in misschien wel het meest comfortabele tijdperk ooit. Veruit de meeste van ons hebben nooit oorlog ervaren, er is goede zorg, we leven in welvaart en vrijheid.  Maar toch leven we zelden in ideale omstandigheden. Ondanks alle welvaart zijn de omstandigheden ook bij ons dikwijls minder wenselijk dan we zouden willen. Voor de een zijn het gezondheidsklachten, voor de ander is het op gebied van relatie, je werk valt je zwaar, je hebt een geliefde verloren, en vandaag leven we allen onder de druk van sociale afzondering vanwege het gevaar van het coronavirus.

Psalm 42 onderwijst ons dat omstandigheden niet de kwaliteit van ons leven hoeven te beheersen. David is de dichter van de psalm. Het is een moeilijke tijd voor hem en hij ervaart onrust en twijfel in zijn ziel, voelt zich onderdrukt en zijn tegenstanders bespotten hem: “nou, waar is je God?”.  Zijn omstandigheden brengen hem op de plaats waar hij zich van God afgescheiden voelt. Hij herinnert zich de tijd dat hij vol geloof en blijdschap de pelgrims naar Gods huis leidde. En hoe mooi die herinnering ook is, het drukt hem neer omdat het voorbij is.

Die humeurige terugblik wordt plotseling geconfronteerd met een opwelling van onstuitbaar geloof die David ertoe brengt om zowel op God te vertrouwen als ook actief op Zijn verlossing te hopen.  Zijn roep: “waarom kreunt mijn ziel toch zo” verandert in: (vrij vertaald) “dat is vanwege mijn omstandigheden, en daarom richt ik nu mijn gedachte op U”. 

Die verandering komt vanwege David’s eerlijkheid naar God, maar niet zonder de tederheid van Vader God die Zich aan hem openbaart, waardoor er in z’n hart een besef groeit van Gods trouw en kracht.  Zijn stemming van klagen, twijfel, onrust en verwarring verandert in vertrouwen.  De omstandigheden zijn nog steeds dezelfde. Hij heeft nog steeds geen antwoord op de vraag waarom de almachtige God het lijden en tegenslag toestaat. Maar Gods tegenwoordigheid schijnt als een onveranderlijk licht in zijn ziel en Gods waarheid ontmaskert de misleiding. Daarmee verdwijnen de barrières die David verhinderen in zijn aanbidding. Hij kan hij weer ongehinderd in Gods tegenwoordigheid komen en hervindt Hem als de bron van vreugde. De laatste woorden van de psalm zijn precies dezelfde als in het begin, maar nu is het niet meer in mineur, het is een lofzang geworden, een opgetogen geloofsverklaring.

Lieve vrienden, onze omstandigheden hoeven niet ons leven te beheersen. Het is wat we ermee doen dat de richting van ons leven zal bepalen. Wanneer we niet wijken voor angst, woede, teleurstelling en frustratie kunnen we de grenzen van onze situatie overstijgen. En daarom moeten we vieren wat we hebben, doen wat we kunnen en op God vertrouwen voor de uitkomst.

Vragen:

Welke obstakels ervaar ik in een tijd van somberheid of tegenslag?
Wat kan ik leren Bonhoeffer’s en/of Davids houding en hun overwegingen?

Hoe kan ik meer vertrouwend zijn in mijn omgang met God?